Studiedag 2013‎ > ‎

Verslag studiedag 03/05/13

Verslag van Jan Leijten over de studiedag van 3 mei 2013 staat hieronder aan de pagina, als PDF-bestand te downloaden.

Verslag van de ISPS Studiedag van 3 mei 2013 jl., "De Kanteling van de psychose" door Martine Lambrechts

Het beloofde een ambitieuze studiedag te worden: Dr. Darian Leader als centrale gast, omringd door een divers sprekersgezelschap, titels die tot de verbeelding spreken, een groot publiek, Dr. L. Van Bouwel en Dr. D. De Wachter als enthousiaste organisatoren. En alzo geschiedde.
Al is de keuze voor het woord ‘ambitieus’ in de context van therapeutisch werken met psychotici niet vanzelfsprekend.  Immers, wat zijn onze ‘ambities’ in contact met de psychotische patiënt? Op welke ‘(hulp)vraag’ trachten we een therapeutisch antwoord te bieden?  Want, waaruit bestaat het psychisch lijden en mechanisme van de psychose eigenlijk? Kortom, wat is de waanzin?

Deze vraag stelt Leader zich in zijn gelijknamige boek, en tracht hij tijdens zijn lezing te verfijnen. Hij keert terug naar de continentale psychiatrie van eind 19e /begin 20e eeuw, waarbij hij uitgaat van een structurele benadering: onderliggend aan het luidruchtige symptoom wordt een betekenisstructuur verondersteld. De psychotische structuur kenmerkt zich door de moeite met de drie uitdagingen van het oedipuscomplex, met name: de oriëntatie van het libido, het creëren van betekenis, en het onderscheiden van het zelf en de ander. Dit failliet resulteert in een existentiële angst voor ‘het zwarte gat’, de betekenisloosheid en nietigheid. 
Om deze angsten te overleven en te bezweren, ontwikkelt de psychoticus zijn symptoom.  De psychose krijgt een betekenisgevend/-genererend statuut. Het is een constructie waardoor het subject een plek krijgt in de tijd en de wereld, in zijn familiale geschiedenis en persoonlijke toekomst. 
Deze constructie komt niet altijd aan het licht, Leader spreekt van ‘stille waanzin’: ideeën/wanen waarmee men door het leven gaat zonder dat dit voor problemen zorgt. Soms echter houdt deze constructie geen stand, en balanceert het subject op de snede van een psychose. 
Deze kentering wordt op een doorleefde, zoekende, heldere wijze beschreven door M. Van den Bedem, wiens getuigenis de hele zaal sprakeloos achterlaat. De muziek komt tegemoet aan waar woorden tekort schieten: met eenzelfde intensiteit zetten de studenten muziektherapie van het LUCA, o.l.v. G. Remmerie, M. Valcke en J. De Backer, de overgang van latente naar manifeste psychose om in klank. 
Na deze oorstrelende muziek wordt de gehoorsdimensie bij psychose, als auditieve hallucinatie, verder onderzocht door J. Van Camp. Hij verbreedt het ‘horen van stemmen’ naar alledaagse, bijzondere ervaringen: de spirituele boodschap, de stem van de net overleden geliefde in de rouw, de hallucinatoire gratificatie bij het kind, de stem van het geweten, of de aanspreking aan de grenzen van de slaap. Telkens lijkt het te gaan om een stem die van buiten komt, en die de persoon aanspreekt op directe, niet-gemedieerde wijze. Het is dát wat de psychoticus met verstomming slaat: de ervaring ‘geadresseerd’ te zijn. In haar reële gedaante appelleert de stem aan het subject, en laat hem sprakeloos achter. Van Camp verwijst naar de mythe van Odysseus, die zijn scheeplui was in de oren smeert, en zich laat binden aan de mast, om te weerstaan aan deze appellerende, verleidende roep van de sirenenzang. De psychoticus daarentegen geeft zich onbeschermd over.

Zo werpt de psychoticus ons als behandelaar onverbiddelijk terug op onszelf. Integer en bescheiden vraagt L. Joos zich af waaruit onze therapeutische functie in het werk met psychotici kan bestaan. Theoretische inzichten, technieken of concepten lijken niet te vatten ‘wat werkt’. De psychoticus vraagt om een authentieke ontmoeting, waarbij beide partijen zichzelf tijdens elk contact opnieuw uitvinden. Hiervan kan je als clinicus enkel een onbevangen getuige zijn, vanuit een noodzakelijke positie van het ‘niet-weten’. Om deze mentale ruimte te vrijwaren kunnen de theoretische kaders wel een waardevolle houvast bieden.
Het ‘stemmingswerk’ tussen psychoticus en behandelaar illustreert Van Camp in de mythe van Orpheus, die, om te weerstaan aan de verleidende sirenenzang, zijn lier ter hande neemt en een muziekspel weeft rond de bekoorlijke stemmen. De muziek als bescherming tegen de muziek, de lier als suppletie en als dam tegen de reële lokroep van de ander.
Het voorzichtige spel van improviseren, samen zoeken, en samen creëren is essentieel voor de psychoticus. Dit illustreert M. Mestrum, die met zorg zijn woorden uitkiest, ze verwevend tot poëzie. In de stiltes die zijn spreken dragen weerklinkt zijn schizofrene belevingswereld. Het is de verstilde wereld waar N. Fossion als moeder van een schizofrene zoon reeds jarenlang naar luistert. Met een kracht en liefde, zoals enkel een moeder spreken kan, vertelt ze over haar verloren dromen, haar betwijfeld verdriet, haar koesterende dankbaarheid. Want haar zoon toont haar een bijzondere manier van leven.  
Deze bijzondere, creatieve vaardigheid van de psychoticus staat centraal in de lezing van E. Thys. Hij vertrekt  vanuit de afwezigheid van een rechtstreeks contact tussen de wereld en onze ervaring: alles wat we ervaren zijn constructies/ creaties. De grens tussen binnen en buiten is echter geen breuk, maar een continuüm, gaande van de meest innerlijke zenuwimpulsen, over de ‘extended mind’, tot het ons overstijgende collectief onbewuste. Als sociale wezens verknopen we hele spectrum in de ervaring van een ‘eigen’ lichaam en geest. De psychoticus legt hierin geen knoop: hij blijft fluctueren tussen binnen en buiten. Dit resulteert in een bijzondere creatieve sensitiviteit, die echter tegelijk zijn kwetsbaarheid is. 
Immers, de rijke ideeëninhoud van de psychoticus kan een erg beangstigende kleur krijgen, waardoor het samenleven met anderen onder druk kan komen te staan. Dr. M. De Pater wil juist van deze verhoogde staat van alertheid gebruik maken om de psychotische patiënt een correctieve ervaring aan te bieden. Door transmurale gezinsbehandeling helpt ze de gezinnen tijdens een acute crisis de psychotische ervaring in eerste instantie te containen en te dragen. Zo ontstaat de ruimte en rust waarin de psychoticus zijn verhoogde leerbaarheidheid kan inzetten om zijn angsten, ideeën en opvattingen te delen met de andere gezinsleden. Door het samen-doormaken en zin-geven aan de psychose, wordt de eenzaamheid van de psychoticus doorbroken, en kan hij zijn eigenheid enten op de gedeelde realiteit van het gezin en de samenleving.
Echter, hierbij is het belangrijk de eigenheid van het psychotische subject niet te willen ‘normaliseren’. Samen met Thys pleit Leader voor een samenleving waarin de creativiteit van de psychotiscus naar waarde wordt geschat. De psychotische patiënt heeft weinig boodschap aan ‘educatie’, ‘resocialisatie’ of ‘rehabilitatie’ in functie van een ‘normale’ samenleving. Het is belangrijk dat er een ‘inschrijving’ gebeurt, echter niet door het psychotische subject te over-schrijven, wel door – met respect voor de idiosyncratische oplossingsmechanismen van elk subject – samen met hem een betekenisvol verhaal te schrijven.


Ċ
ISPS Nederland Vlaanderen,
30 nov. 2013 12:46
Comments