Nieuwsbrieven‎ > ‎

Nieuwsbrief 04 - 2004

ISPS Netwerk Nederland-Vlaanderen


Nieuwsbrief no. 4, december 2004

Ledenbijeenkomst op 23 april 2004

Op vrijdag 23 april 2004 is er een ledenbijeenkomst gehouden bij de GGZ Eindhoven en De Kempen in Eindhoven. De eerste algemene ledenvergadering vond plaats, er was een ledenraadpleging en er werd een mini-symposium gegeven over gezinsbehandeling bij psychosen.
Statutair was het noodzakelijk een algemene ledenvergadering te houden voor de eerste verkiezing van een bestuur, het nemen van een nieuw  besluit over de statuten en het behandelen van de jaarstukken. De jaarstukken van het bestuur werden goedgekeurd. Nadat zich geen tegenkandidaten hadden gemeld, werd het bestuur gekozen. In de voorlopige statuten, die golden vanaf de oprichting van onze vereniging in maart 2002, was vastgelegd, dat binnen twee jaar statuten door de ledenvergadering zouden worden vastgesteld en zouden worden aangeboden voor notariele vastlegging. Omdat de hoge kosten daarvan bij het huidige ledental van ongeveer 20 door de vereniging niet te dragen zijn, is besloten voorlopig met de oude statuten verder te gaan, totdat ledental en financieen notariele vastlegging mogelijk maken.
De ledenraadpleging was bedoeld om de leden de gelegenheid te geven met het bestuur van gedachten te wisselen over de koers van de vereniging.  Er werd geconstateerd, dat het ledental weinig meer activiteiten van de vereniging mogelijk maakt, dan nu ondernomen worden. Zowel voor de verspreiding van het ISPS-gedachtengoed als voor de ledenwerving werd  het algemeen wenselijk gevonden een derde netwerkconferentie te organiseren. De heer D. Corstens, psychiater in Maastricht stelde zich kandidaat voor de conferentie-commissie. Mogelijke thema’s  passeerden de revue.


Minisymposium op de ledenbijeenkomst op 23 april 2004


    Het minisymposium over gezinsbehandeling begon met een verhandeling  door mevrouw M. de Pater-Zijlstra, psychiater in Nieuwegein, van de ontwikkeling hiervan in de tijd. De belangrijkste stromingen en hun representanten werden in een boeiend overzicht gepresenteerd. Er waren destijds scherpe tegenstellingen tussen de vertegenwoordigers van de gezinstherapie, zoals Haley en Selvini Palazzolli versus de ontwerpers van de gezinspsycho-educatie: Goldstein, Anderson, Leff en Falloon. Maar de laatsten werkten veel meer gezinstherapeutisch dan de naam van hun methode doet vermoeden. Hun methodiek kan gekenschetst worden als gezinsgedragstherapie bij een ziek familielid. Zij besteedden zeer veel aandacht aan het contact leggen met gezinnen, ook waren zij heel serviceverlenend. Falloon bijvoorbeeld stelde zijn telefoonnummer 24 uur beschikbaar, Anderson bemiddelde bij problemen met instellingen en instanties. In de laatste cochranereview valt te lezen dat de resultaten vroeger beter waren dan nu, wellicht door het verwateren van de oorspronkelijke methode? In de discussie werd terug gegrepen op de denkbeelden die heersten in de betreffende perioden, waardoor op levendige manier een ontwikkeling   zichtbaar werd. Dat leidde tot de conclusie, dat denkbeelden over behandeling erg tijdgebonden zijn en dat het nuttig is die in de huidige tijd dus ook tegen de achtergrond van deze periode te zien. Gezinstherapie, zoals vaak toegepast in de zeventiger jaren, lijkt dan minder goed te passen in de huidige tijd dan bijvoorbeeld de multi-family-treatment, zoals door Mc Farlane ontwikkeld.
    Mevrouw M. Lenior, sociaal psycholoog en onderzoekster van de vakgroep Psychiatrie van het AMC/De Meren vertelde over haar  5-jarig vervolg-onderzoek naar de invloed van gezinsbehandeling volgens de principes van Falloon op de prognose van patiënten met schizofrenie van de Adolescentenkliniek. Zij is daarop in 2002 gepromoveerd. De Adolescentenkliniek wordt geleid door prof. Dr. D. Linszen. Van die behandeling was gezinsbegeleiding een belangrijk onderdeel. De belangrijkste conclusie was, dat het gunstige resultaat, dat werd aangetoond tijdens de 15 maanden durende interventie niet werd gecontinueerd nadat de behandeling werd beëindigd: 50% kreeg opnieuw een of meer psychosen, 25% bleek chronisch-psychotische symptomen te hebben gedurende de 5-jaar follow up en 25% bleef psychosevrij. Sociale beperkingen bleken aanzienlijk te zijn. De patientengroep had gedurende 3 jaar gemiddeld geen structurele bezigheden en ontving veel hulp van familie. Hoewel wat betreft het beloop van de ziekte geen differentieel effect werd gevonden van de gezinsbehandeling t.o.v. de standaardbehandeling, verbleven patiënten die de extra gezinsbehandeling ontvingen gemiddeld 10 maanden korter in instellingen voor psychiatrische patiënten, dan patiënten, die de standaardbehandeling ontvingen. De conclusie was dat gezinsinterventie ouders helpt hun kind te ondersteunen en daarmee heropname helpt te voorkomen.
     De derde spreekster was mevrouw M. Krikke, maatschappelijk werkster/ouderbegeleider bij de Adolescentenkliniek. Zij heeft zich vanaf eind jaren '80 bezig gehouden met de begeleiding en opvang van ouders binnen de Adolescentenkliniek. Zij vertelde levendig over haar ervaringen met de gezinnen, waaruit duidelijk werd, dat deze begeleiding aan een duidelijke behoefte voldeed. Veelal worden de gesprekken gedaan zonder het psychotische gezinslid. Het doel hiervan is, ouders steunen in hun rouwproces en helpen met het leren omgaan met  hun zieke kind. Mevrouw Krikke  gaf aan dat ook zij als hulpverlener haar verwachtingen en hoop op herstel van de patiënt heeft moeten bijstellen in de loop der jaren en dus ook een soort van rouwproces hieromtrent heeft doorgemaakt.
Onder alle aanwezigen bestond overeenstemming over het grote en hedentendage te zeer onderschatte belang van het betrekken van gezinnen  in de behandeling van psychotische  patiënten. Mede omdat de individuele psychotherapie, die verder gaat dan cognitieve gedragstherapie gericht op symptomen momenteel weinig wordt toegepast, lijkt gezinsbehandeling in de huidige tijd de beste ingang voor uitbreiding van de psychotherapeutische onderdelen van de behandeling van psychosen. Geconcludeerd werd, dat promotie daarvan een van de speerpunten voor actie van ons ISPS-netwerk zal moeten zijn.


15e ISPS-Symposium in Madrid

    Van 13 tot en met 16 juni 2006 zal in Madrid het 15e Symposium van ISPS gehouden worden. U heeft allen de folder ontvangen bij de laatste ISPS-Newsletter met daarin de uitnodiging zich aan te melden voor een presentatie. De betreffende dead-lines staan daarin vermeld. Als u belangstelling heeft en tevoren graag overleg wil met of bemiddeling van het bestuur, dan kunt u mailen naar leijten.j@wolmail.nl.


Studiedag NVvP-Sectie Psychotherapie over psychose-behandeling


Op 27 januari 2005 wijdt de sectie Psychotherapie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie haar jaarlijkse studiedag aan psychotherapie bij psychosen. Vanuit ISPS-Netwerk Nederland-Vlaanderen zal Liewe de Haan, psychiater van de Adolescntenkliniek van AMC/De Meren in Amsterdam een lezing houden over individuele psychotherapie bij schizofrenie.  Ludi van Bouwel, psychiater te Kortenberg  zal een lezing houden over klinisch-psychotherapeutische behandeling van patienten met een psychose vanuit een psychoanalytische visie.  In het middagprogramma geeft zij hierover een workshop. Daarnaast zal Margreet de Pater-Zijlstra  een workshop geven over gezinsbehandeling en Jan Leijten een over de psychotherapeutische aspecten van de behandeling van patienten met een eerste psychose.


Reactie van ons Netwerk op het concept GGZ-Richtlijnen Schzizofrenie


In  2003 heeft de Werkgroep Schizofrenie van de Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire  Richtlijnontwikkeling in de GGZ een concept gepubliceerd en dat aan alle belangstellenden voor commentaar voorgelegd. Ons Netwerk heeft daarop onderstaande reactie ingestuurd. Intussen heeft de Werkgroep de definitieve GGZ-richtlijn gepubliceerd.  Deze kan besteld worden bij het Trimbos-Instituut In Utrecht.


Amsterdam, 29 februari 2004


Geachte leden van Werkgroep,

Het ISPS-Netwerk Nederland-Vlaanderen maakt graag gebruik van de mogelijkheid te reageren op het concept Multidisciplinaire Richtlijn Schizofrenie. Het spreekt  zijn waardering uit voor de opzet om de beschikbare kennis over psychotische stoornissen in kaart te brengen ten behoeve van optimale behandeling voor deze aanzienlijke  en vaak ernstig gehandicapte groep patiënten. Het bestuur van het Netwerk heeft hiervoor enkele deskundigen zowel binnen  als buiten het netwerk  geraadpleegd.
 
Het Netwerk is de regionale onderafdeling voor de Lage Landen van the International Society for the Psychological treatments of the Schizophrenias and other psychoses. De ISPS is in 1997 opgericht vanuit de groep psychiaters, psychotherapeuten en researchers, die sinds 1956 om de drie jaar het gelijknamige Symposium organiseert. De ISPS is actief over de hele wereld en werkt samen met de Wereldgezondheids-organisatie, the World Psychiatric Organisation, the World Association for Psychosocial Rehabilitation en the International Association for Early Psychosis.


Het concept schizofrenie: diagnostiek, ziektemodel en risicofactoren


Binnen de ISPS leeft een samenhangende visie op diagnostiek, ziektemodel, ontstaan en behandeling, die fundamenteel verschilt van de visie, die aan de samenstelling van het concept ten grondslag heeft gelegen. Bij de diagnose worden de criteria gehanteerd van de DSM-IV-classificatie. Dit is een beschrijvende classificatie die grofweg uitgaat van symptomen, beloopsvorm, functioneren van de patiënt en bij enkele stoornissen van lichamelijke oorzaken. Bij dit systeem is er voor gekozen de oorzaak van de onderscheiden stoornissen buiten beschouwing te laten. Volgens het heersende wetenschapsfilosofische  paradigma  binnen de geneeskunde is een classificatie van syndromen Niettemin gaat het concept uit van de veronderstelling, dat schizofrenie een ziekte is, die “… voor 80% bepaald wordt door genetische factoren”. De vergelijking wordt getrokken met diabetes mellitus, die berust op een tekortschietend vermogen van
de pancreas tot het produceren van insuline. Het gaat hier om een functiestoornis op basis van een onherstelbare beschadiging van de insuline-producerende cellen. Als men uitgaande van de opvatting, dat schizofrenie een stoornis is van de neuronen, die betrokken zijn bij de dopamine-huishouding in de hersenen op basis van een erfelijk bepaalde gebrekkige aanleg van die neuronen, past het daarbij, dat psychofarmacotherapie, met name met neuroleptica, als de hoeksteen van de behandeling wordt beschouwd.

Binnen de ISPS zijn veel mensen, die uitgaan van een andere opvatting over psychotische stoornissen. Psychotische verschijnselen worden daarin  vaak beschouwd  als blijk van psychische decompensatie van de persoon van de patiënt. Dat betekent, dat de patiënt via  een destructief psychologisch proces het vermogen heeft verloren voldoende adaptatie aan de eisen van het leven te realiseren.  De term schizofrenie wordt dan gebruikt voor patiënten, die een proces met slecht herstel na een of meerdere psychotische decompensaties hebben doorgemaakt, waarbij het persoonlijk en maatschappelijk functioneren van de patiënt ver liggen onder het normale niveau. 
Patiënten zijn na het uitbreken van de eerste psychose in hun ontreddering buitengewoon bevattelijk voor de visie, dat een “psychotische aanleg” een onveranderlijk gegeven in hun leven is, die niet anders dan ernstige beperkingen met zich meebrengt  en een normale deelname aan het sociale leven nagenoeg volledig uitsluit. Daarmee is behandeling, die expliciet jegens de patiënt verantwoord wordt volgens het ziektemodel via het proces van stigmatisering een risicofactor voor het ontstaan van de op de eerste psychose volgende,  secundaire ontwikkelingsstoornis  en een hindernis bij de preventie van de primaire. Sigmatisering werkt zowel als psychologisch proces bij de patiënt zelf destructief op diens zelfgevoel, alsmede via de bevestiging daarvan door de negatieve attitude van de omgeving (Scheff).
Van groot belang  is, dat door een te nadrukkelijk  gebruik van het “ziektemodel” het zicht op de verschillend e psychologische processen uit beeld verdwijnt . Dat geldt niet alleen voor de pathologische, maar ook voor de gezonde processen. Deze bepalen echter  in hun verscheidenheid  ook de grote variabiliteit  in verschijningsvorm zowel als in ernst van de symptomen bij psychosen. Het onderscheiden van symptoomdimensies is voor de hedendaagse behandeling  van groot belang, met name, omdat deze een belangrijke sleutel  vormen bij het krijgen van toegang tot de beleving van de patiënt en daardoor diens behandelcompliance. Daarbij is het onderscheid tussen primaire en secundaire verschijnselen en belevingen, zoals bij alle psychologische processen van groot belang.

De visie die ten grondslag ligt aan het concept is een conceptueel construct “schizofrenie”, dat validiteit ontbeert (Bentall 1990, Blom 2003, Van Os en McKenna,2003, Vlaminck 2002). Daarmee vervalt de zin van het onderscheid tussen patiënten met schizofrenie  en een psychose. Wij hebben ons verbaasd over de eenzijdige gerichtheid van het concept op literatuur, die de eerstgenoemde visie ondersteunt. Wij misten dan ook referenties  naar de uitgebreide literatuur betreffende  de concepten over de psychotische stoornissen uit het door ons beschreven referentiekader (Alanen 1997, Cullberg 2003, Jackson en Williams 1994, De Kroon 1999). Wij ondersteunen de frequent in de literatuur voorkomende aanbeveling, dat naar de aard van psychosen verder onderzoek verricht wordt.


Evidence based medicine

De concept-richtlijnen  leunen  sterk op het concept van de evidence-based medicine, (EBM) waarbij de RCT de gouden standaard is. Wij steunen het streven naar verregaande  ontwikkeling van onderzoeksmethodologie en juichen het gebruik van de RCT-methode toe, waar deze verantwoord gebruikt  kan worden. De methodologie bij
psychiatrische behandelingen kent echter  haar eigen wetten en problemen. Onderzoek naar behandelingen gericht op het persoonlijk functioneren van individuen zijn niet volledig te vergelijken met behandelingen die gericht zijn  op het effect van farmaca of chirurgische ingrepen op het menselijk lichaam. De meeste EBM gaat over werkzaamheid binnen eenvoudige diagnostische categorieën, maar gaat voorbij aan veel belangrijke klinische vraagstukken (Margison 2003). Margison pleit voor het gebruik van een complementair paradigma van praktische evidence voor de evaluatie van realistische klinische settings.


Behandeling


 3.1. Algemeen
    Ten aanzien van de behandeling van patiënten met schizofrenie  c.q. een psychose  wordt in het concept geen aandacht besteed aan de grote hoeveelheid literatuur over de behandelingen, die gebaseerd zijn op de in de vorige paragraaf  beschreven opvatting over deze stoornis (Martindale e.a. 2000).

    Speciale aandacht verdient de zogenaamde need-adapted treatment (Alanen 1997). Deze past binnen een school van behandelingen , die binnen de ISPS  is ontwikkeld. De principes daarvan zijn de volgende:
de therapeutische activiteiten worden voor iedere patiënt flexibel en individueel     gepland en uitgevoerd.
zowel onderzoek als behandeling worden uitgevoerd vanuit  een psychotherapeutische houding
verschillende therapeutische benaderingen moeten elkaar aanvullen in plaats van in een of positie ten opzichte van elkaar beschouwd worden
behandeling moet het karakter van een continu proces krijgen  en houden.
follow up van de individuele patiënten zowel als van de effectiviteit van de   behandelmethoden.

Belangrijke kenmerken van deze behandelopzet zijn:
start van onderzoek en behandeling geschiedt zo kort mogelijk na het uitbreken van de psychose, bij voorkeur  direct bij de eerste psychose.
de indicatie voor medicatie wordt beperkt tot herstel van het vermogen van de patiënt  tot contact en communicatie, en is niet het tot verdwijnen brengen van de symptomen.
de opeenvolgende behandelmodaliteiten worden toegepast op geleide van de fase van de stoornis en het verloop van de behandeling.
de behandeling is georiënteerd  op het familie-systeem van de patiënt.
patiënten worden bij voorkeur ambulant behandeld, op indicatie wordt de patiënt opgenomen in een therapeutische  gemeenschap.
continuïteit  van behandelaars wordt nagestreefd .
Sommige uitgangspunten worden ook in het concept toegepast, zoals de cruciale betekenis van de kwaliteit van de relatie tussen de patiënt en eventueel diens familie en
het behandelteam, zoals die in het eerste halve  jaar van de behandeling gelegd wordt. Wij wijzen op een door ons als interessant beschouwd behandelprogramma van Cullberg in Zweden, het Parachute-Project, dat eveneens gebaseerd is op de need adapted treatment (Cullberg 2002).

Ook in Nederland worden uitgangspunten als deze in toenemende mate toegepast bij de ontwikkeling van geïntegreerde, multimodulaire behandelingen. Een voorbeeld
daarvan is de Hallucinatiegerichte Integratieve Therapie van Jenner in Goningen.  HIT blijkt statistisch significant  effectief  in de duurzame reductie van subjectief beleefde en objectief gemeten stemmen. Daarnaast heeft het tevens een significant  en duurzaam effect op de controle over de stemmen, de kwaliteit van leven en het sociaal functioneren.  Sociaal functioneren verbetert duurzaam bij meer dan 50% van de
patiënten. Last buut noot least is de satisfactie met HIT hoog tot zeer hoog, de uitval relatief  laag en de behandeling  kosteneffectief vergeleken met de in Nederland gangbare behandeling.  Voor patiënten met een recidief  psychose en patiënten die onvoldoende op HIT reageren is een multi-family vervolgbehandeling ontwikkeld,  die in een pilotstudie significante verbeteringen laat  zien bij de patiënt en diens sleutelfiguren (Jenner   2003).

3.2. Specifieke psychotherapeutische  behandelingen
Behandelmodules worden afgeleid van de verschillende, klassieke  psychotherapeutische  scholen: de (cognitieve) gedragstherapie, de gezinstherapie, de client-centered  psychotherapie  en de psychoanalytische  school. De psychopathologie bij psychosen is vaak zodanig verschillend  van die bij die andere diagnosen, dat de klassieke behandelingen niet geschikt zijn voor psychotische . Binnen  alle scholen zijn specifiek op hun problematiek toegesneden behandelvormen te ontwikkeld.  Het kan dan ook verwarring wekken  deze behandelingen aan te duiden met het adjectief van hun scholen.
Naar onze mening leiden de uiteenlopende uitkomsten van onderzoek naar psychotherapeutische behandelingen tot de conclusie, dat verschillende behandelwijzen aangewezen zijn voor verschillende patiënten. Dit geldt zowel voor verschillen in psychopathologie als in persoonlijkheid . Concreet betekent dat onder andere, dat er een ratio is om paranoïde wanen, stemmen, desorganisatie en negatieve symptomen apart te behandelen. Daarbij lijkt het ons van belang  erop te wijzen, dat de belangrijkste  grond  voor  indicatie voor psychotherapie  in het algemeen de wens van de patiënt is. Het is van belang beschikbare psychotherapeutische behandelingen aan de patiënt aan te bieden, en geen druk op het volgen van zo’n behandeling uit te oefenen. Voor psychotische patiënten geldt dit onzes inziens des te meer.

3.2.1. Psychoanalytische behandelingen
Ten aanzien van de psychoanalyse dient onderscheid gemaakt te worden tussen gebruik  als behandeling als zodanig, van de psychoanalyse afgeleide behandelwijzen en gebruik van het psychoanalytische referentiekader.  Met name voor de psychoanalyse geldt, dat de oorspronkelijke behandelwijze die ten grondslag ligt aan de betreffende school aanpassing behoeft bij behandeling  van psychotische patiënten. Psychoanalyse als zodanig wordt bij psychotische  patiënten niet geïndiceerd geacht.  Als
psychotherapeutische school kent de psychoanalyse echter een lange traditie van psychosebehandeling.  De opmerking in het concept, dat na 1984 niet meer
gepubliceerd  is over deze vorm van therapie, wekte eveneens onze verbazing.

Tegenwoordig spreekt men van toegepaste psychoanalyse,  die zowel in klinische als in ambulante setting kan worden toegepast. Niet het duiden staat hierbij centraal , maar eerder het verteren van ongebreidelde driften en het verwerken van overspoelende emoties. Het bevatten (containment) van deze driften en emoties door de persoon van de therapeut en/of de therapeutische setting is hierbij van vitaal belang. Verder is het belangrijk dat de psychotische patiënt door de interventies een positie krijgt toebedeeld of inneemt, die hem een zinvolle plaats geeft tussen anderen in de maatschappij. Een zorgvuldig bewaakt evenwicht  tussen betrokkenheid  en distantie op
basis van een psychodynamisch empathisch vermogen, dat afgestemd is op psychotische problematiek, is hierbij essentieel. Een psychoanalytische behandeling
vindt bijna  zonder uitzondering plaats onder de paraplu van psychofarmaca. Deze behandelvorm wordt al decennia lang toegepast. Ook in Frans sprekende landen wordt deze toegepast als zinvol ervaren. Er wordt gepleit voor nader onderzoek wat de werkzame interventies hierin zijn (Fenton 2003).
De betekenis van de psychoanalyse voor de behandeling van psychotische patiënten ligt voorts in de bruikbaarheid van het referentiekader bij het begrijpen van de psychologische processen bij psychotische patiënten. Psychodynamische principes zijn van belang bij hun behandeling  (Alanen 1997, McGorry 2000).
In dat verband zij verzwezen naar de behandeling van Alanen e.a., die vergeleken werden met die in andere centra in Finland (Alanen 1997). Deze is psychoanalytisch  en gezinsgeorienteerd. In vergelijking met andere plekken in Finland, waar op een sociaal-psychiatrische manier gewerkt werd, bleken ongeveer 50% meer door hen behandelde patienten een betaalde baan te hebben. Benedetti evalueerde de behandelingen van een poliklinische groep patiënten van de Burgholzikliniek, die gemiddeld  enkele opnames achter de rug had en gemiddeld 5 jaar analytisch georiënteerde therapie kreeg. Weer valt op dat ongeveer  50% van de patiënten in staat was te werken (Benedetti 1987).
Psychodynamische psychotherapie kan naar onze ervaring bij een aanzienlijk aantal patiënten met een psychotische stoornis goed in een zelfstandige psychiatrische praktijk toegepast worden. Farmacotherapie en psychotherapie zijn hierbij in een hand, en continuïteit van behandeling kan hierin relatief goed gewaarborgd worden.

  3.2.2. Pretherapie
De toepasbaarheid van de Cliëntgerichte psychotherapie bij een populatie van ernstig gestoorde patiënten werd voor het eerst uitgebreid onderzocht en beschreven door Rogers  e.a. in 1967. Tegenwoordig is het vooral. Prouty en de groep rond hem die theoretisch en klinisch verder bouwt op deze inzichten. Hij  beschrijft als resultaat van het aanwenden van zijn Pre-Therapie succesvolle case-studies bij onder meer catatone, visueel- en auditief hallucinerende cliënten (Prouty, Van Werde en Pörtner  2001) en rapporteerde veelbelovend pilot-onderzoek (Prouty  2003).

3.2.3. Gezinsinterventies

    Gezien de betekenis die wij hechten aan de need adapted treatment ondersteunen wij gezinsinterventies  bij de behandeling van psychotische patiënten. In dit verband wijzen wij er ook op, dat Jenner  positieve resultaten vond in alvast de eerste fase van zijn MFT-behandeling (Jenner   2003).
Wij misten een verwijzing naar  de interactietraining ontworpen door Ypsilon samen met Kuipers. Deze wordt met succes aan hulpverleners en familieleden gegeven
en wordt nu ook aangepast voor patienten. Er zijn geen RCT’s van, wel evaluaties die zeer positief uitvielen (Kuipers 2003) Naar onze mening is dit een veelbelovend zorgaanbod, omdat het op een eenvoudige, alledaagse manier  effect beoogt te sorteren en via een laagdrempelig  kanaal wordt aangeboden.


LITERATUURLIJST


Alanen, Y. (1997), Schizophrenia, its origins and need-adapted treatment. Karnac  Books London.
Benedetti, G. (1987), Psychotherapy  of schizophrenia, New York University  Press, New York.
Bentall, R.P. (1990),  Reconstructing Schizophrenia .  Routledge London.
Blom, J.D. (2003), Deconstructing Schizophrenia,. Boom Amsterdam.
Cullberg, J.  (2002), One-year outcome in first  episode psychosis patients in the Swedish Parachute project. Acta Psychiatrica  Scandinavica  2002: 106: 276-285.
Cullberg, J. (2003), Moderne Psychiatrie. Ambo Amsterdam 2003.
Fenton, W. (2003). Integration in the management of psychotic disorders. Lezing op het 14e International Symposium for the Psychological treatments of the Schizophrenias  and other psychoses, Melbourne.
Jackson, M. & Williams, P. (1994), Unimaginable  storms. Karnac Books London.
Jenner, J., Willige, G. van de, Nienhuis, FJ., & Wiersma, D. (2003), Het belang van een geintegreerde behandeling voor mensen met gehoorshallucinaties. Het HIT-programma. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 58, 1124-1137.
Kroon, J de (1999), Omzien naar de psyche. Boom Amsterdam.
Margison, F. (2003), Evidence Based Medicine in the Psychological Treatment of Schizophrenia. Journal of the American academy of psychoanalysis and dynamic psychiatry, 31 (1), 177-191.
Martindale, B., Bateman, A., Crowe M.,& Margison, F. (2000), Psychosis, Psychological Approaches and their effectiveness.  Gaskell London.
McGorry, P. (2000), Psychotherapy and recovery in early psychosis: a core clinical and research challenge. In: Martindale , B., Bateman, A., Crowe M.,& Margison, F.: Psychosis, Psychological Approaches and their effectiveness.  Gaskell London.
Os, J. van & McKenna , P. (2003),  Does schizophrenia  exist? Maudsley Discussion Paper no 12, Institute of Psychiatry  London 2003.
Prouty, G., Van Werde, D. & Pörtner, M. (2001), Pre-Therapie. Cliëntgericht werken met ernstig contactgestoorde mensen. Elsevier gezondheidszorg, 41-71 Maarssen.
Prouty, G. (2003), Pre-Therapy: a newer development in the psychotherapy of schizophrenia. Journal of the American academy of psychoanalysis and dynamic psychiatry, 31 (1), 59-73.
Scheff, Th. (1966), De psychisch gestoorde en zijn milieu. Het Spectrum Utrecht/Antwerpen.
Vlaminck, P. (2002), De "Schizofrenie" ontmanteld. Maandblad voor Geestelijke Volksgezondheid 2002: 57: 342 - 63.


Berichten van het bestuur


Op het Voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie in april j.l. in Maastricht heeft het ISPS-Netwerk Nederland-Vlaanderen een stand ingericht met informatie over ISPS en boeken over psychotherapie bij psychosen.
 Onlangs heeft het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie  een bestuurscomissie Langer Durende Psychotherapie ingesteld. Doel daarvan is met name het mede ontwikkelen van beleid op dit gebied en het ondersteunen van het bestuur bij de realisatie daarvan. De commissie onderhoudt hiervoor gerichte contacten met psychiaters uit het veld, die verenigd  zijn in een zogenaamde klankbordgroep.  Ten behoeve van inbreng met betrekking tot psychotherapie bij psychosen is de heer J. Leijten, psychiater te Amsterdam uitgenodigd deel uit te maken van de klankbordgroep.
In de herfst van 2005 zal ons Netwerk een 3e Netwerkconferentie  houden. Verdere informatie  over tijd, plaats en programma volgen later.

Samenstelling van het bestuur:

Jan Leijten, zelfstandig gevestigd psychiater in Amsterdam, voorzitter. E-mail: leijten.j@wolmail.nl.
Dirk de Wachter, psychiater, Universitair Centrum St. Jozef, Kortenberg, vice-voorzitter.
     E-mail: dirk.de.wachter@uc-kortenberg.be
Margreet de Pater-Zijlstra, psychiater  van Altrecht  in Nieuwegein, secretaris-penningmeester. E-mail:  mdepater@planet.nl
Ludi Van Bouwel, psychiater, Universitair Centrum St. Jozef, Kortenberg, secretaris Vlaanderen.
Jos de Kroon, psychiater, A-opleider Psychiatrie, GGZ Eindhoven en de Kempen, Eindhoven, en secretaris Nederland. E-mail: jam.de.kroon@ggze.nl
Dion Van Werde, psycholoog/client-centered psychotherapeut, Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Camillus, Sint-Denijs Westrem, lid. E-mail: dion.vanwerde@sint-camillus.be


Inschrijfformulier


U schrijft zich in als lid van ISPS Netwerk Nederland-Vlaanderen door dit formulier op te sturen en de contributie over te maken. Deze bedraagt 50 euro per jaar voor gewone leden en 25 euro per jaar voor ondersteunende leden.

Het formulier opsturen naar:
het Secretariaat  van ISPS Netwerk Nederland-Vlaanderen,

De contributie kan worden voldaan door overmaking op de volgende rekeningen
Voor Belgie:
Voor Nederland: rekening 9388328 t.n.v. ISPS-Netwerk Nederland-Vlaanderen  met vermelding ISPS lidmaatschap 2005.



Naam: …………………………………………………………………………………………………


Voornaam: …………………………………………………………………………………………………


Adres: …………………………………………………………………………………………………


Postcode en woonplaats: ……………………………………………………………………………………...


Land: België / Nederland *


Telefoonnummer: ………………………………………………………………………………………………


E-mail-adres: …………………………………………………………………………………………………


Beroep: …………………………………………………………………………………………………


Gewoon lid / Buitengewoon lid *


* S.v.p. omcirkelen wat van toepassing is.





ISPS op het internet: www.ISPS.org